Wat is spel?

‘Al het mythische en het magische, al het heroïsche, al het musische, het logische en het plastische zoeken vorm en uitdrukking in edel spel.’ 
– Johan Huizinga

Spel. Er is veel over geschreven. Toch laat het zich maar moeilijk vastleggen in een allesomvattende definitie. Hieronder een aantal kenmerken van spel:

  • Spel is contextueel. Context wordt hier opgevat als de situatie, de regels, de objecten, de locatie, de spelers etc. Spel vindt plaats temidden van een wirwar van mensen, dingen, ruimte en culturen. Echter, spel laat zich niet geheel definieren door de context, het neemt de context over en transformeert die.
  • De functie van spel ligt in zichzelf besloten, dat wil zeggen, we spelen om het spelen. Spel kunnen we niet analyseren of verklaren: we moeten het in haar ‘geheelheid’ en ‘totaliteit’ trachten te verstaan en te waarderen.
  • Spel is autotelisch, het is een activieit met eigen doelen, functies en voorwaarden, met een eigen tijdspanne en een eigen begin en einde. Spel heeft zijn eigen functie die niet vastligt en voortdurend kan verschuiven.
  • Omdat spel geen functie heeft buiten zichzelf, is spel overtollig.
  • Spel is ouder dan cultuur, ‘want het begrip cultuur, hoe onvoldoend omschreven het ook mag zijn, veronderstelt in ieder geval menschelijke samenleving, en de dieren hebben niet op den mensch gewacht, om hen te leeren spelen’ (Huizinga, 1938, p.1).
  • Waar spel is, daar zijn regels. Regels zorgen ervoor dat het spel gespeeld kan worden. Regels zijn de trouwe dienaars: zij ondersteunen het spel en zien toe op het verloop ervan.
  • Spel is zowel constructief als destructief. Spel daagt ons uit, is risicovol en tart de grenzen. Creëren en vernietigen gaan hand in hand.
  • Spel is creatief. De spelers worden uitgedaagd zichzelf uit te drukken in spel. Spel is een activiteit waarbij we ons creatief verbinden met de wereld om ons heen. Door spel creeren we samen een (tijdelijke) wereld, een (tijdelijke) gemeenschap. Spel schept regels, objecten, ruimtes en situaties.
  • Spel is persoonlijk, dat wil zeggen we verbinden ons persoonlijk met spel. Als we het spel goed spelen, dan komt het verlies ook hard aan. ‘Play is finding expression: it is letting us understand the world and, through that understanding, challenging the establishment, leading for knowledge, and creating new ties or breaking old ones. But ultimately whatever we do in play stays with us. Play is a singular individual experience – shared, yes, but meaningful only in the way it scaffolds an individual experience of the world. Through play, we are in the world’ (Sicart, 2014, p.18).

In mijn dagelijkse observaties van spel vallen me nog een aantal andere dingen op. Allereerst bezit spel een ongewone intensiteit. Spel trekt ons uit het alledaagse,  schudt het gewoontedier in ons wakker en nodigt ons uit om uit onze comfort zone te stappen. Kijk maar eens naar een kind dat van het ene op het andere moment in het spel gezogen wordt: plots is daar een zekere alertheid, een aanwezigheid, aandacht en focus. Een scherpte die er net nog niet was. Een twinkeling in de ogen. Spel brengt ons in het hier en nu. Spel kan daarom nooit als een afleiding gezien worden (van de serieuze taken die wij onszelf gesteld hebben). Spel schudt de afleiding juist van zich af want spel absorbeert en brengt ons terug naar het hier-en-nu. Spel is in die zin heel erg mindful. Door spel trainen we (onbewust) onze aandachtsspier.

Hoe grappig en hilarisch spel ook kan zijn, in principe is het een serieuze aangelegenheid. Ik noem dit ook wel ‘serious attention to having fun‘. Het serieus aandacht hebben voor plezier. Dit is een hele opgave die we niet al te licht moeten opvatten. Ik weet er zelf alles van omdat ik ben opgegroeid in een gezin waar het motto ‘ het gaat om het spel en niet om het winnen’ zegevierde. Hoewel dit motto tamelijk onschuldig lijkt, misschien zelfs wel nastrevenswaardig in de orden klinkt, kan het menig spel bruut om zeep helpen. Ik herinner me zelf nog een potje volleybal dat we ooit eens speelden tijdens het Hemelvaart weekend in Oploo. Met niemand in het veld die echt voor het winnen ging, werd het spel al snel dodelijk saai, en na een kwartiertje was de lol er vanaf en dropen we af. Vele jaren later, met inmiddels fanatieke kinderen aan mijn zijde die alles op alles zetten om te winnen, begrijp ik dat je in spel niet afzijdig kunt zijn. Je moet je in het spel werpen, er helemaal in op willen gaan, zodat het verlies ook de winst maar ook het verlies zwaar gevoeld worden. Ofwel, je moet jezelf persoonlijk willen en vooral ook durven verbinden met het spel. Je moet risico’s durven nemen, je moet op je bek durven gaan. Ja, je mag fanatiek zijn zolang je oog blijft houden voor het spel en je mede-spelers.

Spel is dus een serieuze aangelegenheid: en met serieus bedoel ik (zoals ik hierboven ook al stelde) dat je jezelf persoonlijk moet durven verbinden aan spel. Pas dan sta je open voor risico’s, sta je open voor het onbekende en het spontane. En hoewel er onuitsprekelijk plezier uitgaat van spel, kan dat plezier alleen in zijn volheid beleefd worden door toewijding en een volstrekt serieuze houding. In spel aldus komen de appollinische (orde, verstand) en dionysische krachten krachten (oerdrift, genot, extase) samen – begrippen die door de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844‐1900) geintroduceerd zijn. 

Spel heeft bovendien een transformatief karakter. Allereerst biedt spel een ervaringsruimte waarin de binnenwereld en de buitenwereld elkaar ontmoeten en er zodoende ruimte komt voor iets nieuws (ook wel het mogelijke of virtuele genoemd). In spel gaat het om de verbinding van jezelf met de wereld. De verbinding die tot stand komt is wezenlijk anders dan de alledaagse verbinding met de wereld: spel schept een ‘mogelijkheidsruimte’, een ruimte waarin nieuwe betekenissen en waarden kunnen ontstaan. Dat is het transformatieve eraan: spel schept een nieuwe betekenisruimte, eentje waardoor we (tijdelijk) met andere ogen naar onszelf en de wereld kijken. Ofwel, door spel kunnen we experimenteren met andere manieren van zijn, met andere perspectieven en met andere denkwijzen. Gadamer (1972) noemt dit ook wel de sprong uit je conventionele en gewone zelf. Ik kom hier later nog op terug.

Tot slot weekt spel ‘vitality affects‘ in ons los. Spel is een ‘life force’ waar we levensenergie en zingeving aan ontlenen. Een kind dat nooit gespeeld heeft, zal niet in staat zijn om een verbinding aan te gaan met de wereld en met zichzelf. Spel is daarmee  niet een extraatje, maar inherent aan opgroeien en leven. Vitality affects is een begrip dat door de ontwikkelingspsycholoog Daniel Stern in het leven is geroepen. Vitality affects zijn gemoedstoestanden die via het lichaam (en niet via taal) met de ander gecommuniceerd worden. Vitality affects spelen een grote rol in de prille communicatie tussen moeder en kind, waarbij bewegingen ritmisch en tonaal op elkaar worden afgestemd. Pas daarna kan zich taal ontwikkelen. In spel zien we eenzelfde ritmische en melodische afstemming tussen de spelers. In spel delen we gemoedstoestanden met elkaar en dat is geenszins een talig proces. Die gemoedstoestanden krijgen gestalte in ons lijf, en de ander pikt die via signalen van zijn of haar lijf weer op. Door spel leren we ons in in te leven in de ander: we leren de ander te lezen, we leren gevoelig te zijn voor de signalen van anderen. We leren dichtbij ons lichaam en de zintuigen te blijven.

Er zijn vast en zeker allerlei verklaringen te geven voor het feit dat juist jonge kinderen en jonge dieren spelen. Ik zelf ben geneigd om te denken dat spel een ervaringsruimte biedt met enorm veel leerpotentieel. Het mooie eraan is ook dat kinderen die aan het spelen zijn, dit doorgaans niet zien als leren. Spelen is juist zo aantrekkelijk omdat er ‘even niet gewerkt hoeft te worden’. Op de basisschool is dit goed te zien. In de pauze mogen de kinderen buiten spelen. Dit spelen wordt gezien als een onderbreking van het formele leerproces. Bizar eigenlijk want juist in het spelen openbaart zich het (spontane) leren want in spel wordt er ruim baan gemaakt voor creativiteit, probleemoplossend vermogen en flexibel denken.