Micro-Avonturen

0 Comment

Veelvuldig droom ik s ‘nachts over verre reisbestemmingen. Die reisbestemmingen bevinden zich niet zelden in Afrika maar kunnen zich ook in Australië (waar ik nooit geweest ben) of in niet bestaande, zelfbedachte continenten afspelen. De dromen zijn zo levendig dat ik bij het ontwaken een heftig verlangen voel om direct het vliegtuig te pakken.

Zo’n droom kan ook een golf van paniek in me oproepen: ik zit ergens in de rimboe en realiseer me plots dat ik de volgende dag om 11.00uur in een vergadering in Utrecht moet zitten. Mijn droom past zich moeiteloos aan het nieuwe inzicht aan en plots ben ik weg uit de rimboe en sta ik op een verlaten vliegveld. Het volgende moment zit ik in een vliegtuig, het verkeerde vliegtuig weliswaar, ik kom er net op tijd achter en dus sjees ik het vliegtuig uit, ren verdwaasd over de landingsbaan want ik weet niet goed welk vliegtuig ik dan wel moet nemen. De luchthaven (klein en aftands) is uitgestorven. Ik ben alleen.  Ik ren een hangar in, nog steeds volledig in paniek, en klim de trap op van het eerste vliegtuigje dat ik er zie staan.

Deze droom kent diverse varianten. Altijd bevind ik me in een uithoek of in een niet bestaand deel van de wereld. Heel vaak eindigt de droom met het niet naar huis kunnen (er zijn geen vliegtuigen in dat gebied, ik zit in het verkeerde vliegtuig of het vliegtuig is net vertrokken, er zijn geen wegen, de bus komt niet opdagen).

Naar aanleiding van deze toch wel verontrustende dromen, kreeg ik van mijn man het boek van Alain de Botton, de Kunst van het Reizen, cadeau. “Als onze levens in het teken staan van het streven naar geluk, zijn er wellicht maar weinig activiteiten die zoveel onthullen over de drijfveren achter deze zoektocht –met al zijn passie en paradoxen- als ons reizen. Zij geven, hoe onsamenhangend ook, een idee van wat het leven zou kunnen behelzen wanneer we niet waren gebonden aan de plichten van ons werk en de strijd om het bestaan” schrijft de Botton (p.17). De spanning tussen het weg willen zijn (het vertrek, het grote ontsnappen) en de plichten van alledag manifesteert zich overduidelijk in mijn droom. De Botton stelt echter ook dat de reis in werkelijkheid meestal niet overeenkomt met wat we ervan tevoren van dachten. Het strand blijkt niet maagdelijk wit, er zitten zandvlooien, de hitte is ondraaglijk, vermoeidheid als nawee van de reis zit nog in lijf en leden en gedachten bevinden zich niet zelden elders. 

Mijn dromen vullen zich met purperrode luchten, uitgestrekte landschappen, van okergeel tot aan het intense groene van een jungle. Niet realistische elementen zoals een enorm glazen gebouw (volledig van glas, er is geen raamwerk) dat de hoogte in knalt of een huis in de diepe oceaan, vullen de natuurbeelden aan.  De beelden zijn exotisch, tarten mijn verbeelding en zijn raadselachtig. Zorgelijk ook: wat zeggen die dromen eigenlijk over mij? Dat deze dromen vooral gestalte krijgen vanuit het verlangen om aan de orde van alledag te ontsnappen, dat begrijp ik inmiddels. De intensiteit ervan (in kleur, het exotische, zelfs in geur) laat eigenlijk vooral zien dat de mooiste reizen in de verbeelding ontstaan.

Wat niet wil zeggen dat mooie reizen alleen zijn voorbehouden aan de verbeelding. Het werkelijke reizen geeft nu juist de frictie weer tussen datgene wat in de verbeelding bestaat en datgene wat werkelijk is. Toen wij op huwelijksreis (met onze kinderen) in de Azoren waren, regende het continu. De slaapmatjes dreven letterlijk als vlotten in onze tent. Niks geen lekker zonnetje, niks niet ontbijten voor ons tentje, nee, in plaats daarvan sjokten we ieder ochtend met regenjas aan en met een plastic zak vol spullen – een brandertje, brood, pannenset, plastic borden- naar een noodgebouwtje. Echter, het staand ontbijten in een donker, koud bijgebouwtje met een mok vol smakeloze maar warme thee was werkelijk een romantische ervaring.

De intensiteit van een ervaring wordt niet alleen bepaald door de schoonheid ervan. Een geleefde ervaring kent ook een bepaalde mate van frictie, van spanning, van afzien. Ik kan intens genieten van het uitzicht na een lange, vermoeiende bergwandeling. Echter, zonder de weg ernaar toe – inclusief  alle ongemakken die daarbij komen kijken- is mijn beleving niet half zo intens. Ofwel: het uitzicht is zo mooi omdat ik er iets voor heb moeten doen – ik heb geleden, ik heb afgezien, op bepaalde momenten zat ik er helemaal doorheen en zag ik het niet meer zitten. Dat alles tezamen bepaalt de intensiteit van de ervaring.

Ofwel: de ervaring wordt intens omdat zich iets van mijzelf in de bergwandeling openbaart. Dat proces van openbaring is er vrijwel altijd een waar moeite en energie in is gestopt. Energie en intensiteit zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.De mate van intensiteit wordt bepaald door de mate waarop wij lichamelijk betrokken zijn bij de dingen. Dat wil zeggen: een intense ervaring is een door-en-door geleefde ervaring. Wij zijn lichamelijk gericht op de wereld: ek-sisteren – wij staan naar buiten en zijn verbonden met de wereld om ons heen.

Het is ons lichaam dat greep heeft op de wereld en ons laat verhouden tot de wereld. En vice versa. Het is de wereld die greep heeft op ons lichaam.  Dit deel uitmaken van de wereld, het lichamelijk ervaren en bij de dingen zijn – het is essentieel voor het kind. Het kind heeft deze ervaringen dicht bij de dingen, dicht bij de wereld nodig om grip te krijgen op de complexiteit ervan. Opvoeden, zo zou je kunnen stellen, is het zorg dragen voor veilige en betekenisvolle verbindingen tussen het kind en de wereld.

Terug naar mijn dromen: ze getuigen niet alleen van mijn verlangen om te ontsnappen aan het alledaagse, ook zijn ze luidruchtig, excessief en aanwezig. Overtollig, dat zijn ze. Zoals een berglandschap ook overtollig kan zijn in de schoonheid die het tentoon spreidt. Zelfs wanneer ik mijn zintuigen helemaal open zet en alles binnen laat, kan ik het indrukwekkende landschap toch niet behappen. Het is teveel. Het beneemt me letterlijk de adem.  In die veelheid – in die overtolligheid- opent zich een ruimte in mij. Een tussenruimte bomvol met mogelijkheden en verlangens.  

Daar moet ik heen.

Met zo’n gevoel word ik wakker als ik weer eens over een ver oord heb gedroomd. Het is niet afdoende om te stellen dat dromen latente manifestaties zijn van mijn onbewuste verlangen om aan de orde van alledag te ontsnappen. Volgens mij is er meer aan de hand. De dromen trekken aan mij omdat ze een tussenruimte creëren – een ruimte waar het mogelijke zich manifesteert.

De vraag die nu opdoemt is of die tussenruimte alleen gevormd kan worden door datgene wat ver weg en buiten het bereik van het alledaagse ligt. Ik denk van niet.

Om dat duidelijk te maken, moet ik terugkeren naar de periode dat ik mijn eerste kind kreeg. Van de ene op de andere dag werd mijn bewegingsruimte drastisch ingeperkt. Niet alleen door de primaire handelingen die ik moest verrichten (voeden, verzorgen) maar ook omdat mijn actieradius plots een stuk kleiner werd. Ik geloof dat ik de eerste 14 dagen niet het huis ben uit geweest: daarna was elk uitstapje (een rondje om het gebouw, naar de markt, op de fiets) een avontuur. Een avontuur waar ik me van tevoren vreselijk druk om kon maken. (Is de baby wel goed aangekleed? Zit de draagdoek goed? Is het hoofdje voldoende ondersteund? Zijn de voetjes niet te koud?).

Hoewel de actieradius bij elke ontwikkelingsstap steeds groter werd (en daarmee ook mijn gevoel van vrijheid) gebeurde er nog iets anders. Net zoals veel andere  jonge moeders en vaders ging ik met een andere blik naar de wereld kijken. Met een radicaal andere blik. Het randje van een trottoirtegel bijvoorbeeld, dat was me eigenlijk nooit echt opgevallen, dat je daar een stokje tussen kon steken om er vervolgens met het stokje wat zand uit te wrikken. Of de staart van een poes: daar kon je naar grijpen en proberen vast te pakken. Of de wind die tegen een blad blies en het blad dat daardoor zachtjes heen en weer bewoog. Een mirakel.

Mijn actieradius werd verkleind en als gevolg daarvan opende zich een andere wereld.

Eigenlijk, zo stelt de Botton, hoef je helemaal niet van huis weg te gaan om te reizen. Botton geeft het voorbeeld van Xavier de Maistre die in het voorjaar van 1790 als zeventwintigjarige een reis door zijn slaapkamer nam. Tevreden over zijn ervaringen ondernam De Maistre in 1798 een tweede reis. Ditmaal reisde hij s’ nachts en waagde hij zich helemaal tot aan zijn vensterbank. De Maistre introduceerde daarmee een geheel nieuwe versie van reizen: het kamerreizen.

Ik heb het kamerreizen nooit geprobeerd maar kwam bij toeval terecht op een wat meer eigentijdse variant: micro adventures.  Nadat hij zelf kinderen krijgt, zag avonturier en wereldreiziger Alistair Humphreys zich gebonden aan huis. Hij vroeg zichzelf af hoe hij toch nog een avontuurlijk leven kon leiden en hoe een dergelijk leven kon samengaan met het leven met kleine kinderen. Als antwoord op zijn drang naar avontuur ontwikkelde hij het concept ‘micro-avonturen’.

Micro-avonturen zijn avonturen die kort, eenvoudig, simpel, lokaal en goedkoop zijn- en die tegelijkertijd plezierig, aantrekkelijk, uitdagend, verfrissend en belonend zijn. Een micro avontuur kan in je achtertuin beginnen. Je kan jezelf bijvoorbeeld als uitdaging stellen om een nacht in een wei te slapen of een Stadskanaal over te steken met een eigen gemaakt vlot.

Humphreys schrijft op zijn website daar het volgende over: “I believe that adventure is about stretching yourself: mentally, physically or culturally. It is about doing what you do not normally do, pushing yourself hard and doing it to the best of your ability. If that is true then adventure is all around us, at all times. Adventure is accessible to normal people, in normal places, in short segments of time and without having to spend much money”.[2]

Ik wil het concept ‘micro-avontuur’ vanuit het opvoedingsperspectief hier net wat anders invullen:

Een micro-avontuur is een gebeurtenis of een handeling die geen direct nut heeft en daarmee altijd overtollig is. Een micro-avontuur is een intense, belichaamde ervaring die het kind uitdaagt de nabije omgeving te verkennen. In een micro-avontuur lopen beleving en verbeelding dynamisch in elkaar over. Een micro-avontuur gaat gepaard met een verlies van tijdsbesef: alleen het hier en nu speelt een rol. Het micro-avontuur is een ervaring die om volledige betrokkenheid vraagt.

Het micro-avontuur omvat dus ook kenmerken van de flow ervaring. Flow is een concept afkomstig van psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi: het is een toestand waarin lichaam en geest volledig op elkaar zijn afgestemd. In deze ideale gevoelssituatie kun je optimaal presteren. De handeling lijkt als vanzelf te gaan, moeiteloos, zonder effort. Er is een verlies van tijdsbesef. Het constant oordelende ego verdwijnt naar de achtergrond. Dit betekent echter niet dat er geen bewustzijn is: het bewustzijn zit volledig in de handeling, is bij de dingen. Een reflectie die totaal en holistisch is: een reflectie waarbij alle losse puzzelstukjes als vanzelf in elkaar lijken te passen.

Een micro-avontuur is overtollig omdat het geen direct nut heeft. De doelgerichtheid ligt in zichzelf besloten. Het is ‘teveel’ omdat het micro-avontuur zich losweekt van het functionele en daarmee de doelgerichtheid van het alledaagse leven ontstijgt. Een micro-avontuur vraagt om afdwalen, meanderen en slingeren. Een micro-avontuur is geen wandeling maar een zwerftocht.

Micro-avonturen kunnen op elk gewenst moment en op elke gewenste plek ontstaan.  Essentieel is de state of mind, met name van de ouder want bij het kind is de bereidheid om in een micro-avontuur te stappen vrijwel altijd aanwezig.

Een micro-avontuur:

  • ontvouwt zich spontaan;
  • je kunt echter wel de juiste state-of-mind creëren door open en ontvankelijk naar de omgeving te zijn;
  • een micro-avontuur is altijd nabij en dichtbij de dingen;
  • een micro-avontuur omarmt het kleine;
  • een micro-avontuur vraagt om fysieke en mentale betrokkenheid;
  • door een micro-avontuur transformeert de omgeving; je gaat als het ware met andere ogen naar (dezelfde) omgeving kijken;
  • een micro-avontuur kun je niet afdwingen, een micro-avontuur onderga je.

Kinderen zijn uitermate gevoelig voor micro-avonturen. Ik geef een voorbeeld uit eigen huis: ik zelf hou enorm van wandelen en toen de kinderen nog jong waren, trokken we er vaak op uit. Het gevolg is dat onze kinderen een allergie voor wandelen hebben ontwikkeld. Ik hoef het woord ‘wandelen’ maar te noemen of onze kinderen reageren met ‘saai’, ‘geen zin’, ‘daar word ik moe van’. Hun lichamen veranderen spontaan in plumpuddinkjes; in futloze, uitgezakte en vormeloze dingen. Alleen al bij de gedachte dat ze moeten gaan wandelen, stroomt alle energie uit hun lijf. Daarentegen zijn ze nooit te moe voor een parcours, een speurtocht (daar zijn ze nu overigens wel te oud voor) of een survival tocht. Wandelingen, zo stelt Sobel, zijn voor volwassenen, avonturen zijn voor kinderen. In een avontuur zijn er altijd onvoorspelbare elementen aanwezig: het kind weet niet wat er gaat gebeuren of hoe iets gaat uitpakken.

Mijn tip: wees als ouder alert op een micro-avontuur. Je zou namelijk zomaar –samen met je kind- betrokken kunnen zijn in een micro-avontuur zonder dat je het zelf in de gaten hebt. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat je kind de geiten op de kinderboerderij aan het voeren is: plotseling zie je echter dat je kind zelf kleine hapjes neemt van de boterham en een moment later zie je dat hij een spoor aan het maken is van kleine kruimeltjes. Wees alert! Dit is wellicht een micro-avontuur. Of stel je voor dat je kind per ongeluk zijn schoenen verwisseld heeft.  Ook dit zou het begin van een micro-avontuur kunnen zijn. Doe bijvoorbeeld ook je schoenen verkeerd om aan en loop samen een stukje door de kamer. Daarna doe je elkaars schoenen aan (of doe je een poging daartoe). Of je knoopt de veters van beide schoenen aan elkaar en kijkt wat er gebeurt…

Nogmaals: een micro-avontuur kent geen vooropgezette structuur. Het is een avontuur dat aan elkaar hangt van spontane ingevingen en toevalligheden. Een micro-avontuur is een avontuur waarin aandacht voor het kleine centraal staat. 

[2]http://www.alastairhumphreys.com/microadventures-3/

Image: JR Korpa

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *