Mindfulness gebaseerde aandachtstraining voor studenten

0 Comment

8 seconden. Dat is onze aandachtsboog. Het is nog minder dan die van een goudvis.

Tussen 2000 en 2014 is de gemiddelde aandachtsspanne gezakt van 12 seconden naar 8 seconden[1].  Dat is slecht nieuws. 12 seconden was al niet veel maar 8 seconden is echt beroerd. Die 8 seconden zegt vooral iets over hoe lang we aaneengesloten onze focus kunnen hebben op een stimulus.

Aandacht laat zich niet zo makkelijk definieren. Een van de definities luidt als volgt: ‘aandacht is het vermogen om relevante stimuli te kiezen en je erop te concentreren’ (Cognifit,n.d., par.1). Aandacht is allereerst een selectieproces. We kunnen ons nu eenmaal niet op alles richten, we zouden volledig overdonderd worden, het brein zou oververhit raken en het gevolg zou waarschijnlijk zijn dat we helemaal niets waarnemen.

We kunnen dus alleen iets waarnemen doordat we andere dingen niet waarnemen.

Naast selectie is er nog iets anders aan de hand met aandacht. Aandacht werkt namelijk verbindend: het zorgt ervoor dat alle losse onderdelen met elkaar verbonden worden en er zodoende betekenis ontstaat. We nemen een boom waar doordat we de kleur, de vorm en de plek met elkaar verbinden tot een geheel. Dit is een volstrekt automatisch en razendsnel proces. Volgens Van der Stigchel (2016) is dat ook de reden waarom we vaak naar een lege muur staren als ons brein hard aan de slag is. De lege muur zorgt ervoor dat het berin even niet externe informatie met elkaar moet verbonden waardoor alle aandacht op het probleem gericht kan worden.

In deze aandachtstraining doe je eigenlijk het omgekeerde, namelijk het ‘ontbinden van ervaringen en interne gedachtes’. Door mindfulness probeer je de wereld wat meer ongebonden te ervaren door informatie niet automatisch aan elkaar te koppelen. Het gaat daarbij niet zozeer om het proces van ontbinden als wel om los te komen van routines, automatisme en oude ingebakken patronen. Door de aandachtstraining kijken we als het ware met andere ogen naar hetzelfde waardoor nieuwe verbindingen kunnen ontstaan.

De metafoor van de spotlight wordt nogal eens gebruikt om uit te leggen hoe aandacht werkt. Een spotlight zorgt ervoor dat de toeschouwers zich goed kunnen richten op wat het belangrijkste in de voorstelling is. Net als een spotlight wordt onze aandacht gevangen in een cirkel van licht: alles wat daarbuiten ligt blijft in de duisternis.

Maar er zijn ook verschillen. En spotlight beweegt over het podium van de ene naar de andere plek. Bij aandacht werkt dat anders: aandacht kan op het ene moment hier zijn en op het andere moment daar- zonder het tussenliggende gebied waar te nemen. We kunnen de krant op de tafel zien liggen, dan het kopje koffie zonder alle vormen en texturen die daartussen liggen.

Net als een spotlight kunnen we onze aandacht in- en uitzoomen. We kunnen het veld van onze aandacht groot maken en klein. Dit wordt ook wel ‘attentional window’ genoemd. Als we een draad door een naald moeten halen, kunnen we al onze aandacht richten op het oog van de naald. Als we daarentegen naar een ondergaande zon kijken, kunnen we onze aandacht op de gehele horizon richten.

Vraag: Is een raam bedoeld om naar buiten of naar binnen te kijken? Door de vaak duizelingwekkende en continue visuele prikkeling wordt onze aandacht steeds vaker naar buiten getrokken, weg van onszelf, naar de al maar groeiende stroom van digitale en non-digitale informatie die op ons afgevuurd wordt.  Door die explosie aan informatie wordt onze aandachtspier overbelast. Volgens filosoof Daniel C. Dennett hebben we te weinig breincapaciteit om al die informatie te verwerken. Zo groeit het aantal memes in een duizelingwekkend tempo en hebben wij, als mens, de grootste moeite om dat tempo bij te houden.

‘There aren’t enough minds to house the population explosion of memes’ – Daniel C. Dennett[2]

Volgens Dennett zijn er twee oplossingen: of we verdrinken in de informatie of we verdrinken niet. Beide oplossingen zijn zorgwekkend. Of we gaan aan die informatiestroom ten onder of we leren ermee omgaan. Stel dat het lukt om het hoofd boven water te houden, dan zullen de golven over ons heen blijven spoelen. Nieuwe informatie sneakt naar binnen. Maar wat gebeurt er met de oude informatie, met de culturele mijlpalen waarop de mensheid is gebouwd? Gaan die ten onder? Verdwijnen die doordat steeds nieuwe informatie op ons getorpedeerd wordt? Daniel Dennett stelt voor dat we proberen een pad voor elkaar proberen te vinden door de informatie jungle heen. Niet een weg, en al helemaal geen snelweg, maar een klein (onverhard) weggetje waarbij we onze aandacht koesteren en niet zomaar weggeven.

Weer terug naar het raam. Hoewel het raam ons uitnodigt om naar buiten te kijken, moeten we niet vergeten om af en toe naar binnen te kijken. Bij ons zelf in te checken en een tijdje met onszelf door te brengen.

‘Is de functie van een raam niet eigenlijk om binnen en buiten met elkaar in verbinding te brengen?’

Passieve en actieve aandacht
Allereerst is er het verschil tussen passieve en actieve aandacht. In het geval van passieve aandacht kies je er niet zoveel voor om je aandacht te richten: er is iets in je omgeving dat je aandacht trekt zoals het gezoem van een vlieg. In het geval van actieve aandacht kies jij zelf waar jij je aandacht op richt. William James (1892) noemt dit vrijwillige aandacht (voluntary attention), dat wil zeggen het richten van aandacht op iets dat niet uit zichzelf aandacht vraagt maar waarvan jij vindt dat jij er je aandacht op moet richten. Het is juist die vrijwillige, actieve aandacht die veel energie vreet – omdat wij onze aandacht er zelf actief op moeten richten. Er treedt dan al snel mentale vermoeidheid op.

Het is dus heel belangrijk dat die actieve aandacht tot rust komt. Je moet ergens in jezelf een knopje vinden om de actieve aandacht even tijdelijk uit te zetten. Het hoofd en het lichaam moeten herstellen van de aandachtsmoeheid die optreedt. Slaap is een mogelijke oplossing maar er is meer nodig dan alleen slaap.

‘Als je hard werkt, moet je ook hard uitrusten’ (Corine Claveaux)

De vrijwillige, actieve aandacht moet rusten en daarvoor is het nodig om een beroep te doen op een andere manier van aandacht – eentje die minder inspanning vereist. Daarvoor zijn er twee manieren die ik hieronder allebei zal bespreken.

Onvrijwillige en vrijwillige aandacht
Bij het woord onvrijwillig denken we direct aan iets dat ons van buitenaf wordt opgelegd, iets waar wij zelf geen keuze in hebben. Gedeeltelijk klopt dat ook maar het is minder negatief dan je in eerste instantie zou denken. Onvrijwillige aandacht is de aandacht die wordt gericht, niet vanuit een intentie maar vanuit iets in de omgeving. Het is de aandacht die als vanzelf tot ons komt: we hoeven er geen moeite voor te doen. Natuurlijke omgevingen zijn daar heel goed in: de oceaan, de bergen, een meer, het bos, een bloemenweide. Deze omgevingen zijn zacht voor onze zintuigen: de aandacht wordt erdoor geprikkeld zonder dat het de aandachtspier overbelast. We hoeven weinig te doen om onze aandacht voor zulke omgevingen open te stellen. Het gaat vanzelf. Natuurlijk omgevingen trekken onbewust onze aandacht zonder dat energie aan ons onttrekt.

Tijdens het afstudeerjaar ligt er constant het gevaar op de loer dat je aandachtspier overbelast raakt. Dat komt omdat je voortdurend actief je aandacht moet richten op je studie: achterover leunen is er niet (meer) bij, je zult actief je aandacht erbij moeten houden. Naast die paar boeken en het veldwerk, zul je veel informatie ontlenen aan je laptop en smartphone. Zoals we inmiddels weten zijn dat aandachtzuigers van het ergste soort.

Het is dus belangrijk dat je de actieve, vrijwillige aandacht afwisselt met niet-vrijwillige aandacht. Dat kun je doen door:

  • Niet alleen in je planning op te nemen wanneer je aan de studie gaat maar ook wanneer je een break neemt. Zorg er dan ook echt voor dat dit een break is. Dus grijp niet meteen naar je smart phone.
  • Maak bijvoorbeeld een korte wandeling in het park of loop een rondje om je huis. Onderzoek laat namelijk zien dat we onze reservoir van aandacht veel beter buiten kunnen vullen dan binnen (Kaplan & Barman, 2010; Berman et al., 2009).
  • Breng het aantal stimuli terug. Probeer niet alles tegelijkertijd te doen maar heb aandacht voor 1 ding: geef bijvoorbeeld eens wat aandacht aan de plant die in de hoek van je kamer aan het verpieteren is.
  • Als er geen directe natuurlijke omgeving voorhanden is, helpt het ook  om naar plaatjes van de natuur te kijken.
    Ik heb thuis een aantal waar ik meteen van in de zen-stand ga staan. Bijvoorbeeld:
    – Below Zero: adventures out in the cold
    – Wildside: the enchanted life of hunters and gatherers
    – Pure Colour: A pure Style Sourcebook of Colour Inspiration
    Onderzoek van Berto (2005) laat zien dat afbeeldingen van de natuur een direct positief effect hebben op de aandachtspanne.

Bronnen:

[1]Gausby, A. (2015). Microsoft Attention Spans Research Report. Canada: Microsoft Canada

[2]Dennett, C.D. (2006). There aren’t enough minds to house the population explosion of memes. Geraadpleegd 01-09-2019, https://www.edge.org/response-detail/11320

Sobel, D. (2001). Children’s Special Places:  Exploring the Role of Forts, Dens, and Bush Houses in Middle Childhood.Wayne State: Wayne State University Press.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *